Een maan-dag met zon-zin en zen zijn.

Mag ik vandaag jouw zonnestraal zijn;
een zachte zin, een warm refrein,
zodat maandag, vaak zo maan en zonder pracht,
zich langzaam zon-der schroom ontvouwt en lacht.

Mijn licht is niet te fel, niet groot,
maar glanst waar het het meeste noodt:
tussen gedachten die te zwaar gaan wegen,
leg ik lichtpuntjes neer – verlegen, maar als jouw zegen.

Zo wordt een maan-dag mild en rond,
een dag die bloost, die zon-dag vond.
Waar schaduw schuift en stilte zindert,
en tijd haar tempo even temt en mindert.

Mijn woorden warmen, wellen, waaien,
zon-deren zorgen, laten passie aaien
van twijfel die te scherp kon zijn,
en maken ruimte – zacht en fijn.

Vang wat valt uit elke zin,
de zon in zon-derlijk begin.
Koester hoe kleinheid kracht kan zijn,
hoe liefs woont in het alledaagse klein.

Stuur het terug door – verlicht, verdubbeld, vrij,
met bij-zon-dere zachtheid erbij.
Voor elke dag 🌞 die nog wil groeien,
voor elke nacht 🌛 die rust wil bloeien.

Vang.Verlicht.Vermenigvuldig.